Psychologisch onderzoek

Waarom psychologisch onderzoek?

Iedereen heeft een uniek patroon van sterke- en zwakke kanten. In zijn of haar persoonlijkheid, maar ook in het leer- en informatieverwerkingsproces.

 

De basisschool is de plek bij uitstek waar het kind voor het eerst ontdekt waar zijn of haar sterke en zwakke kanten liggen. Meestal vormt dit geen probleem en kan het kind met het één compenseren wat op het andere gebied moeilijker gaat. Soms wordt het kind echter belemmerd op een bepaald gebied waardoor het niet volledig tot zijn of haar recht komt, of stagneert in het leer- of ontwikkelingsproces. Bijvoorbeeld door problemen met de concentratie en werkhouding, de leerstof, informatieverwerking of problemen met het gedrag, emoties of sociale contacten.

 

Het is niet altijd duidelijk waar precies de knelpunten liggen of wat een mogelijke oorzaak is.

 

Psychologisch onderzoek brengt de positieve- en belemmerende factoren in de ontwikkeling van het kind in kaart (een sterkte-zwakte analyse) en/of verklaart waardoor de problemen zijn ontstaan of in stand worden gehouden. Daarnaast geeft het handelingsgerichte informatie voor wat het kind nodig heeft om tot een betere ontwikkeling te komen.

 

Deze bevindingen helpen bij:

 

 

  • Het benoemen van de onderwijs- en pedagogische behoeften van het kind.
  • Het formuleren van haalbare doelstellingen.
  • Duidelijkheid over welke instructie, aanpak en begeleiding het kind nodig heeft om deze doelen te bereiken.

 

 

  Leer- en werkhoudingproblemen

Hierbij wordt gekeken naar het informatieverwerkingsproces van het kind:

 

 

  •  Intelligentie
  • Concentratie, aandachtspanne, geheugen
  • Leervorderingen
  • Dyslexie
  • Hoogbegaafdheid
  • Faalangst

 

 

Mogelijke onderzoeksvragen kunnen zijn:

 

 

 

  • Wordt het kind overvraagd, of misschien juist ondervraagd op school?
  • Hoe verloopt de informatieverwerking?
  • Wat zijn de sterke kanten en wat zijn de zwakkere kanten van het kind? (is een kind bijvoorbeeld sterk auditief of juist visueel ingesteld)
  • Is er een risico op onderpresteren door een bepaalde belemmering?
  • Is er mogelijk sprake van een specifieke stoornis waardoor het kind wordt belemmerd in zijn/haar ontwikkelingsproces?
  • Welke haalbare doelstellingen kunnen worden geformuleerd?
  • Welke onderwijs- en begeleidingsbehoeften heeft het kind?

 

 

 

Sociaal-emotionele en gedragsproblemen

 Hierbij wordt bekeken hoe het kind naar zichzelf kijkt, in relatie tot school, vrienden en het gezin en hoe zijn of haar sociaal-emotionele ontwikkeling verloopt.

 

 

  • Sociaal emotionele problemen
  • Sociale (faal) angst
  • Gedragsproblemen
  • Laag gevoel van eigenwaarde,
  • Aan autisme verwante problemen
  • Hyperactiviteit en/of impulsiviteit

 

 

 

Mogelijke onderzoeksvragen kunnen zijn:

 

  • Hoe verloopt zijn of haar sociaal emotionele ontwikkeling? Is deze leeftijdsadequaat?
  • Welke gevoelens, gedachten en situaties bepalen zijn of haar gevoelsleven en/of gedrag?
  • Wat is zijn/haar manier van ‘coping’; manier van omgaan met gevoelens, probleemsituaties?
  • Is het kind in staat de ontwikkelingstaken goed aan te gaan?
  • Wordt het kind belemmerd door overactief gedrag, impulsiviteit of juist teruggetrokken gedrag of sociale angsten?
  • Is er mogelijk sprake van een emotionele blokkade waardoor een kind stagneert in zijn/haar ontwikkelingsproces?

 

 

Werkwijze

Een onderzoek bestaat meestal uit een oriënterend gesprek/intake met de ouders, een onderzoek (testafname bij en observatie van het kind), onderzoeksverslag en een afsluitend gesprek.

 

De omvang van het onderzoek en het gebruik van de onderzoeksmiddelen wordt bepaald door de vraagstelling. De afname van specifieke testen levert de nodige informatie om de vraagstelling te beantwoorden en te bepalen welke begeleiding aansluit bij het  kind en zijn/haar kwaliteiten en belemmeringen. Daarnaast neemt observatie van taakaanpak, oplossingsstrategieën, gedrag en de contactname een belangrijke plaats in bij de interpretatie van de afgenomen testen.

 

In het afsluitende gesprek na het onderzoek worden concrete adviezen en tips besproken. De didactische en pedagogische behoeften worden, samen met de leerkracht en ouders, in kaart gebracht. Er wordt beoordeeld welke interventies haalbaar zijn in de klas en/of thuis en hoe de leerkracht en ouders deze concreet kunnen toepassen.

 

 

 

 

zoeken